"Ik ben 18 jaar. Mijn moeder heeft psychische problemen waardoor zij niet voor mij kan zorgen. Ze wil het wel heel graag, dat laat ze me elke keer weten als ik haar zie. Ik ben opgegroeid bij mijn opa en oma. Ik heb het er erg naar mijn zin en vind het heel fijn bij ze te wonen. Ik wilde altijd bij mijn moeder wonen, maar nu wil ik dat eigenlijk niet meer. Ik zie dat ze niet voor mij kan zorgen.
Mijn moeder en ik
Mijn moeder maakt heel snel ruzie met de mensen om haar heen. En ze wordt ook snel boos op mij. Dat vind ik moeilijk, want ik wil het graag goed doen. Ik weet niet wie mijn vader is. Die heb ik nooit gekend. Mijn vrienden zijn heel belangrijk voor mij. Ik heb een eigen leven opgebouwd. Daardoor kan ik niet altijd maar langskomen bij mijn moeder wanneer zij dat wil. Dat begrijpt mijn moeder niet.
Gelukkig kan ik straks op mezelf wonen. Mijn opa en oma hebben mij geleerd hoe ik voor mezelf moet zorgen. Zij zijn mijn steun en toeverlaat. Als ik ergens mee zit, dan praat ik er met ze over. Mijn moeder is mijn moeder, ik weet nu dat ze niet meer kan bieden dan zo nu en dan een kop koffie drinken en over koetjes en kalfjes praten."